Beleidstukken en achtergrond

Visiestukken & Statements

  • Samen naar Duurzame Ketenimpact (SER, 2020)
    Brede wetgeving op het gebied van internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en samenwerking binnen sectoren versterken elkaar. De combinatie van verplichten door wetgeving en verbinden via samenwerking leidt volgens de SER tot de meeste impact in de keten om risico’s voor mens en milieu te voorkomen of aan te pakken.
  • Naar een Nieuw IMVO beleid (MVO Nederland, 2020)
    MVO Nederland is van mening dat met brede due diligence-wetgeving (1) de risico’s op free riding, greenwashingen trade-offsworden ondervangen, (2) het voor duurzame koplopers makkelijker wordt om hun markt te vergroten, en (3) de effectiviteit van de overige beleidsinstrumenten wordt vergroot. MVO Nederland verwacht dat onder meer de dekking van de IMVO-convenanten zal toenemen en dat de 90%-doelstelling haalbaar wordt. MVO Nederland vindt het echter belangrijk dat brede due diligence-wetgevinggepaard moet gaanmet flankerend beleid, mede gebaseerd op het huidige IMVO-instrumentarium.
  • Het belang van Nederlandse én Europese due diligence-wetgeving (MVO Platform, 2020)
    Als onderdeel van de doordachte mix van vrijwillige en bindende beleidsmaatregelen is zowel nationale en Europese wetgeving nodig. Terwijl de ontwikkeling van Europees MVO-beleid zich nog in de beginfase bevindt en lang kan duren, kan Nederland een koploperspositie innemen door due diligence-wetgeving in te voeren. Goed doordachte wetgeving in Nederland is een belangrijke stap richting ambitieuze EU-regelgeving.
  • Effectief toezicht op maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO Platform, 2020)
    De effectiviteit van MVO-wetgeving valt of staat met het toezicht op de naleving ervan. In dit visiestuk doet het MVO Platform een voorstel voor de inrichting van publiek, onafhankelijk MVO-toezicht. De toezichthouder krijgt de taak om bedrijven voor te lichten over hoe zij MVO-wetgeving dienen na te leven, de naleving van de wet door bedrijven te beoordelen en vervolgens te bepalen welke vervolgstappen het meest gepast zijn. Het is belangrijk dat de toezichthouder het lerend vermogen van bedrijven bevordert waar het kan en waar nodig optreedt met maatregelen.
  • Visiestuk Brede Nationale Due Diligence-Wetgeving (MVO Platform, 2020)
    Brede due diligence-wetgeving moet aan een aantal kenmerken voldoen om effectief te zijn en daadwerkelijk bij te dragen aan het verminderen van negatieve impacts op mens en milieu in productielanden. Het MVO Platform heeft met experts uit productielanden, het bedrijfsleven, de wetenschap en het maatschappelijk middenveld gezocht naar de beste manier om wetgeving vorm te geven die impact heeft in productielanden, proportionele administratieve lasten met zich meebrengt én past in het huidige Nederlandse rechtssysteem.
  • Effectief MVO-beleid vraagt om ‘doordachte mix’ van vrijwillige én bindende beleidsmaatregelen (MVO Platform, 2019)
    Het Nederlandse MVO-beleid beperkt zich vooralsnog tot het hanteren van vrijwillige beleidsinstrumenten, zoals de IMVO-convenanten. Effectief MVO-beleid vraagt echter om een doordachte combinatie van verschillende typen beleidsinstrumenten: voorlichting, verleiding, voorwaarden en verplichting (‘de vier V’s’). Daarom zijn bindende maatregelen, zoals brede due diligence-wetgeving, nodig in aanvulling op vrijwillig beleid. Zo geeft de overheid invulling aan de ‘doordachte mix’ van beleidsmaatregelen uit de UN Guiding Principles for Business and Human Rights (UNGP’s).

Disclaimer: De inhoud van deze statements komt geheel voor de rekening van de auteurs.

Onderzoeken

  • Evaluation of the Dutch RBC Agreements (KIT, 2020)
    De evaluatie van het IMVO-convenantenbeleid waaruit blijkt dat het beleid van de Nederlandse overheid om met IMVO-convenanten verantwoord ondernemen te bevorderen te kort schiet. Volgens de evaluatie dragen IMVO-convenanten bij aan bewustwording en beter beleid bij sommige bedrijven, maar is het bereik van de convenanten beperkt. Bovendien blijft de uitvoering van due diligence door bedrijven achter en komen veel bedrijven de gemaakte afspraken onvoldoende na.
  • Dwingende en vrijwillige IMVO maatregelen (Andersson Elfers Felix, 2020)
    Rapport met een verkenning van dwingende en vrijwillige beleidsmaatregelen om bedrijven te stimuleren om internationaal maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Uit de diverse case-studies op verschillende beleidsterreinen blijkt dat het ontbreken van dwingende regelgeving op nationaal niveau een klimaat van vrijblijvendheid voor burgers en bedrijven bevordert.
  • IMVO-maatregelen in markttransformatieperspectief (Nyenrode Business Universiteit, 2020)
    Studie over de naleving van de OESO-richtlijnen voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) vanuit het markttransformatieperspectief, waaruit blijkt dat verplichtende maatregelen essentieel zijn om een ‘markttransformatie’ waarin MVO de norm wordt te realiseren.
  • IMVO-Maatregelen in Bedrijfsperspectief (The Terrace, 2020)
    Rapport waarin wordt gekeken welke overheidsinstrumenten volgens het bedrijfsleven het meest effectief zijn om bedrijven te stimuleren tot Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) op basis van OESO- en VN-richtlijnen. Bedrijven verwachten voor de toekomst dat wet- en regelgeving op het gebied van gepaste zorgvuldigheid het meest invloedrijke instrument zal zijn.
  • Opties voor afdwingbare IMVO-instrumenten (Van Dam en Scheltema, 2020)
    Onderzoek naar de mogelijke juridische vormgeving en handhaving van wettelijke IMVO-instrumenten.
  • Monitoringproject onderschrijving OESO-richtlijnen en UNGPs (EY, 2020)
    Publicatie over de naleving van de OESO-richtlijnen en de UNGP’s (UN Guiding Principles on Business and Human Rights) waaruit blijkt dat slechts 35 procent van de grootste 750 bedrijven in Nederland de OESO-richtlijnen onderschrijft. Cijfers over de uitvoering van due diligence zijn nog lager.
  • IOB Evaluation Mind the Governance Gap, Map the Chain (IOB, 2019)
    Evaluatie van het Nederlandse IMVO-beleid (2012-2018) waaruit blijkt dat het huidige beleid substantieel tekortschiet. Op enkele lichtpunten na is het onduidelijk in hoeverre het beleid in de afgelopen jaren heeft bijgedragen aan een verbeterde naleving van de OESO-richtlijnen door bedrijven en het voorkomen en verminderen van risico’s op schade aan mens en milieu in productieketens.